Winterpracht I
- Suzanne Tóth-Pál

- 16 jan
- 2 minuten om te lezen
Het is 13 januari – het dooit flink. Op veel plekken is het pak sneeuw dat de afgelopen week gevallen is al helemaal weg dus ik waag me aan een holletje. Al is ‘wagen’ niet het goede woord; ik ga er eigenlijk gewoon van uit dat ik weinig sneeuw meer ga tegenkomen. Gelukkig, want – angsthaas als ik ben – heb ik me ook een beetje opgesloten gevoeld op sommige momenten…
Op de het asfalt van de Wildzoom ligt toch nog een hele plak, maar de Doolhoflaan het Edese bos in ziet er zo onder de bomen vrij van sneeuw uit. Ik weet dus wel welke kant ik op ga: daar waar geen sneeuw ligt. Aan het eind van die laan splitst de weg zich en zie ik toch overal ‘n glimmende grijze massa. De zijkanten van de paden lijken gelukkig sneeuwvrij en vooral….: In de verte zie ik een metershoge mist, super’fabelhaft’ en aantrekkelijk.

Ik ren erheen, en erdoor. Het voelt koud en nat om mijn benen en in mijn gezicht. Heerlijk. En dan ben ik er weer uit. Niet heel plots, maar ook weer wel. Ik loop ’n paar keer heen en weer voor om het gevoel te ervaren.
Vervolgens ga van flard naar flard. Heerlijk. Meest rennend, soms lopend als ook de zijkant van het pad glibberige hompen sneeuw heeft. En al lopend en voor me uit kijkend zie ik in de verte mijn allereerste ree-in-het-Edese-bos-tijdens-het-hollen! In de verte in de mist. Hij loopt. Staat stil. Heft z’n kop. En loopt rustig verder. Voor hem (of haar) sta ik waarschijnlijk ook in de mist en val ik niet op - fijn, dan heb ik hem/ haar niet gestoord in de habitat.
In de takken aan de rand van de open plek waar ik langs kom, hoor ik vogeltjes piepen. Het geluid lijkt op dat van ‘mijn’ staartmeestjes (wat ’n cuties zijn dat!), maar Birdnet leert me dat het glanskoppen zijn.

Ze zijn klein, en ik zie ze slecht maar ze lijken wel op het plaatje en komen in de buurt van staartmeesjes wat betreft ‘klein en lief’ en vliegend in groepsverband. En ineens terwijl ik sta te luisteren en turen, komt mijn lief daar op zijn mountainbike langs. Wat een heerlijk toeval. Ik roep enthousiast over de meesjes, en vergeet in zijn snelheid en mijn vogelenthousiasme te vertellen over mijn ree. Hij slaat een mountainbike pad in in de richting van waar ik de ree zag, dus ik hoop dat hij ‘m ook ziet. Maar nee, hij treft een omgevallen boom op zijn pad en is 20 minuten bezig om die tak voor tak om te knakken. Iets met werkpaarden en andere paarden…





Opmerkingen